H.M. van den Brink - Over het water

De hoofdpersoon van deze novelle, een Amsterdamse jongen van eenvoudige afkomst, bezoekt tijdens de oologswinter van 1944 weer de rivier (de Amstel) waarop hij in de zomer van 1939, gefascineerd geraakt door het water en gedreven door zijn onwrikbaar verlangen naar het roeien, grote triomfen vierde binnen zijn roeivereniging. Hij herinnert zich dan hoe hij met zijn vriend en onder leiding van zijn coach een tijd beleefde van louter geluk, dat bestond uit de harmonie in de samenwerking tussen hersenen en lichaam bij het roeien tot één beweging in één lichaamn en de verbondenheid in vriendschap tussen de jongens onderling en hun coach als hun bondgenoot.