Juryrapport Libris Literatuur Prijs 2000

Publieke werken, Thomas Rosenboom

Publieke werken van Thomas Rosenboom is een roman die staat als een huis. Of misschien moet je zeggen: die staat als een imposant gebouw. De roman heeft ook, naast de nodige mensen van vlees en bloed, twee huisjes en een hotel als personage. Het Victoria Hotel, zo'n monumentaal hotel voor de rijken, opgetrokken in een romig witte negentiende-eeuwse neo-stijl, is het personage dat eerst geluk lijkt te brengen, later voortdurend dreigend aanwezig is en uiteindelijk rampspoed brengt. De huisjes, twee oude zeventiende-eeuwse geveltjes, zijn de koppige personages die zich hardnekkig tegen de vooruitgang en de loop van de geschiedenis verzetten. Zie het resultaat: de halsstarrige woonhuisjes zijn in de dodelijke omhelzing van het Grand Hotel vastgeklemd.

De bakstenen huizen in de wurggreep van het blanke tufstenen hotel, het is tekenend voor de thematiek van de roman. Het luxehotel staat voor vernieuwing, het geloof in hervormingen in de wetenschap, de stedebouw, het vervoer. Voor het hogerop komen in de maatschappij. De huisjes staan voor de traditie, de oude tijd die niet kan aanklampen bij de trein van de vernieuwing. Voor het blijven wie je bent. De ironie wil dat de twee hoofdpersonen van de roman, de apotheker Anijs en de vioolbouwer Vedder, hunkeren naar de nieuwe tijd, zich moderne burgers voelen die niet alleen meelopen met de vernieuwing, maar zelfs voorop willen lopen. En ze willen, dat spreekt, hogerop. Juist zij raken vermorzeld tussen de oude en de nieuwe tijd, tussen hun ambities en de harde werkelijkheid. Zij hebben veel weg van het roomwitte hotel met de oude geveltjes in de buik.

Als een roman een huis is in metaforische zin - een huis met vensters die uitkijken op de wereld, vol kamers en gangen om in te dwalen - als een roman een huis is, dan is Publieke werken een ingenieus bouwwerk. Het is een bouwsel dat uit twee vleugels bestaat - het verhaal over Vedder en het verhaal over Anijs - en daartussen een romp, waarin de verhalen in elkaar grijpen. Het is een rijk pand met telkens weer een nieuw vertrek waar je in kunt vertoeven. Het biedt uitzicht over de negentiende eeuw in al haar aspecten, van armzalige turfstekers tot arrogante projectontwikkelaars, van plaggenhutten op het veen tot de grandeur van het net nieuwe Concertgebouw. De negentiende eeuw wordt tot leven geroepen door het schijnbaar archaïsche, zelf uitgevonden pseudo-negentiende-eeuws dat Rosenboom hanteert. Het gebouw toont wijdse vergezichten, want Publieke werken is een panoramisch boek met een hallucinerende verbeeldingskracht. En wat misschien het meest vernuftige is aan de architectuur van het huis is dat ook de kleinste details sprekend en onvergetelijk zijn.

Publieke werken is kortom een veelkantig gebouw: het houdt het midden tussen een historische evocatie van platteland en stad aan het eind van de negentiende eeuw, en een psychologische analyse, vaak tot op het bot, van twee individuen die in een mengeling van rechtschapenheid en opportunisme ten onder gaan aan door henzelf in het leven geroepen problemen. Christof Anijs, de al wat oudere apotheker uit het Drentse Hoogeveen, bekommert zich om de 'Veldelingen', de turfstekers die in erbarmelijke omstandigheden leven op het veen. Zijn bekommernis is niet vrij van messianistische trekjes. Zijn neef Walter Vedder, een Amsterdamse vioolbouwer die onder het pseudoniem Veritas de Amsterdamse publieke werken op de voet volgt, krijgt zelf met de publieke werken te maken als op de plaats waar hij woont het Victoria Hotel wordt gepland. Hij ziet zijn kans schoon: als gewiekst zakenman zal hij de prijs voor zijn huis tot ongekende hoogte opdrijven. Dat hij niet onderhandelt maar louter koppig is, blijkt uit het feit dat de prijs waar hij op inzet op een rekenfout is gebaseerd.

Rosenboom meet de onderhandelingen breed uit, schmiert, heeft van de zakengesprekken weergaloze en humoristische dialogen gemaakt, en zorgt dat de lezer, zoals telkens in de roman, moet lachen om de hilarische scènes en tegelijk ook mededogen heeft.

De absurde prijs voor zijn huis heeft Vedder, met neef Anijs, al dubbel en dwars belegd: in de veenbewoners die op zijn kosten naar Amerika reizen en daar als 'vrije mensen in een vrij land' zijn investering moeten terugverdienen. De bekommernis om de Veldelingen, die aanvankelijk nobel was, is gaandeweg, zonder dat de hoofdfiguren overigens tot dat zelfinzicht zijn gekomen, omgeslagen in eerzucht en ijdelheid. De ironie wil, en dat maakt de apotheose van Publieke werken ook zo grandioos, dat de hoofdfiguren verfrommeld ten ondergaan aan hun dubieuze ambities, maar dat de exodus van de veenbewoners beter verloopt dat was gepland. De investering is niet doorgegaan, de Veldelingen hebben in Amerika geen schuld op hun hoofd.

Walter Vedder zette hoog in. Hij wilde zijn huis zo duur verkopen dat hij aan zijn speculatie ten onderging. Rosenboom zelf heeft met Publieke werken hoog ingezet zonder te verliezen. Publieke werken is qua vormgeving en qua thematiek een magistraal boek. Het is een historische roman die niet echt als zodanig leest, door de groteske schildering van situaties en door de actualiteit van de thematiek - er wordt nog steeds gespeculeerd in onroerend goed, er zijn nog steeds stadsuitbreidingen. Daarbij bevat de roman bijbelse referenties over een volk in verdrukking dat 'uitleiding' wordt beloofd, wordt er gezinspeeld op onvruchtbaarheid en de ambiguïteit van het vaderschap, en ontpoppen de twee hoofdfiguren zich als valse messiassen. Uiteindelijk gaat Publieke werken over belofte en schuld, over de wurggreep waarin mensen elkaar gevangen kunnen houden, over groots streven en falen. Rosenboom weet de lezer daarbij te raken en te verbluffen door hem via de dromen en beperktheden van Anijs en Vedder te confronteren met zijn eigen dromen en beperktheden.

De jury honoreert de hoge inzet. Publieke werken is een briljant geschreven en diepgravende roman die het waarmerk draagt van de meester.

Amsterdam, 17 mei 2000

De jury,
Saskia Stuiveling, voorzitter
Jan Fontijn
Hendrik van Gorp
Nicolaas Matsier
Xandra Schutte