Juryrapport Libris Literatuur Prijs 2005

Willem Jan Otten - Specht en zoon

In zijn roman Specht en zoon vertelt Willem Jan Otten het verhaal van portretschilder Felix Vincent die van de rijke industrieel Valéry Specht de opdracht krijgt zijn zoon te schilderen. Vincent schept er eer in ‘naar het leven’ te werken, want: als het niet naar het leven is, is het naar niets. De zoon van Specht blijkt echter gestorven. Vincent’s opdracht is hem met zijn portret weer tot leven te wekken. ‘Je kunt iets zeldzaams,’ zegt Specht tegen hem. ‘Iemand laten leven.’ Tegen zijn principes in, enigszins gedreven door geldnood, aanvaardt Vincent de opdracht. Het grote doek dat hij eigenlijk bestemd had om een oude ambitie te verwezenlijken, het schilderen van een Piëta, wordt tevoorschijn gehaald om de geadopteerde zoon van Specht, Singer, te vereeuwigen.Aldus samengevat lijkt het alsof Otten een interessante roman geschreven moet hebben, waarin het hem ongetwijfeld, gezien de kwaliteit van zijn dichtwerk, zijn essayistiek en ook zijn eerdere romans, opnieuw gelukt zal zijn wezenlijke thematiek literair gestalte te geven. Specht en zoon is echter niet minder dan een briljante roman, omdat de schrijver het schijnbaar onmogelijke waar maakt: hij vertelt zijn verhaal vanuit het perspectief van het te beschilderen doek. En het moge duidelijk zijn: dat doet hij met verve.

Otten buit fijnzinnig de implicaties uit van het doek als vertelinstantie, en creëert een mooie spanning tussen het op raam gespannen stuk linnen als object en als subject. Wat het doek kan waarnemen, is afhankelijk van hoe het wordt neergezet en of het al dan niet bedekt is. Wanneer het bijvoorbeeld met de voorkant tegen de muur van het atelier is aangezet, kan het alleen maar vertellen wat het hoort. Het doek is uiterst gevoelig voor wie naar hem kijkt en wie hem betast. Hoe kan het weten wat of wie hij is, zonder zichzelf te kunnen zien?Het ongewone vertelperspectief biedt Otten de mogelijkheid de wording van een kunstwerk van wel zeer nabij voelbaar te maken. Vanuit het doek gezien is degene die ‘hem’ zal transformeren tot een schilderij niemand minder dan Schepper. ‘Schepper! neuriede ik met al mijn spieën, schepper! Doe met mij wat je wil! Maak iemand van mij.’ Dit perspectief geeft Specht en zoon de glans van een scheppingsverhaal, flirtend met zowel ‘het’ scheppingsverhaal als met een meer sprookjesachtige variant als Pinocchio.Maar ook biedt het de schrijver de gelegenheid om speels en luchtig de dilemma’s en strevingen onder woorden te brengen van de scheppende artiest, die laveert tussen principes en concessies. Het drama centreert zich in een atelier in een aangebouwde serre van een Gooise villa, Nimmerdor genaamd. ‘Een serre op het noorden, waar pas eind februari, tegen zessen ’s avonds, de zon in komt schijnen.’ Het doek voelt niet alleen de vochtige kou optrekken, maar ziet en hoort ook alles wat zich in het atelier afspeelt. Van Vincent komt hij bijvoorbeeld te weten dat hij iemand wil zijn van wie je nooit zou denken dat hij kunstenaar is. ‘En dat geldt, zegt hij, ook voor wat ik maak. Als je een ding van mij ziet, moet je geen seconde aan mij hoeven denken.’

Otten heeft met zijn roman een intellectuele exercitie van formaat geleverd die de lezer nog lang naar adem zal doen happen. Des te opmerkelijker dat Specht en zoon óók nog eens een roman is die licht en sprankelend is, en de lezer geen seconde aan ingewikkeld maakwerk doet denken. Het kán bijna niet kunstmatiger – een pratend schilderij, dat moet nog vervelender zijn dan een pratende hond – maar Otten doet het je vergeten, omdat hij je nieuwsgierig maakt naar het drama van de gestorven zoon. Wie is hij, hoe is hij gestorven, is die Specht niet gewoon een pedofiel die zijn schandknaapjes van ver haalt? Vernuftig zwenkt Otten tussen schouwspel en contemplatie in een consequent simpele verteltoon. Het naïeve gezichtspunt van het werk-in-wording maakt dat alles wat normaliter niet wordt benoemd, nu volkomen vanzelfsprekend onder woorden wordt gebracht. ‘Dus dit is wat mensen bedoelen als ze zeggen dat ze verlegen zijn.’ En passant wordt de liefde bedreven, overspel gepleegd, hardcore porno bekeken en een kind op de wereld gezet. Tot en met de laatste bladzijde is Specht en zoon te genieten als een verhaal tintelend van spanning, de lezer tegelijkertijd het gevoel gevende verrijkt te worden met iets wat hij nog niet kende en waarover hij voorlopig ook niet uitgedacht zal zijn. Een dergelijke prestatie verdient het met de hoogste literaire prijs te worden beloond.

Amsterdam, 2 mei 2005

De jury:
Martijn Sanders, voorzitter
Jan-Hendrik Bakker
Dirk de Geest
Marja Pruis
Dick Schram