Koen Peeters – Grote Europese Roman

Ironische lichtvoetigheid is altijd het handelsmerk van het proza van Koen Peeters geweest. Ze hangt nauw samen met de aard van zijn hoofdpersonages. Die zijn vaak welwillende, aandoenlijk opgewekte, ietwat monomane verzamelaars. Ze zijn erg leergierig en worden gedreven door een drang naar het bijeenbrengen en systematiseren van kennis, omdat ze denken dat ze zo greep op de wereld kunnen krijgen. Dat is niet anders in Grote Europese Roman, waarin het te onderzoeken object Europa is.

Het hoofdpersonage Robin reist in opdracht van een marketingorganisatie de Europese hoofdsteden af om na te gaan wat het continent bindt. Zoals het een rechtgeaard systematicus betaamt, legt hij voor zijn onderzoek de meest uiteenlopende criteria aan, zoals taal, postzegels, ringtonen, dassen en hoogste punten. Na verloop van tijd blijkt de eenheid echter alleen commercieel en ambtelijk te zijn. De structuur, zesendertig korte hoofdstukken die elk de naam van een Europese hoofdstad als titel hebben, verschaft het boek niet alleen een stevig ritme, ze weerspiegelt zowel Robins onderzoek als de Europese versnippering zelf.

Uit veelal toevallige ontmoetingen, gesprekken en observaties leert Robin dat onder de oppervlakte een vulkaan sluimert – een geregeld opduikende metafoor – van diversiteit, in talen, percepties, ervaringen en emoties. Het zijn realiteiten uit het ‘kleine’, weinig spectaculaire bestaan van iedereen, die te vaak aan de waarneming worden onttrokken door grootspraak, om niet te zeggen de zwatelpraat van de marktonderzoekers of nationalisten. Robin ontmaskert het bureaucratische Europa als een topos van vervreemding, waarin mensen alleen hun eenzaamheid en hun verlangen naar ‘de allesverterende liefde’ gemeen hebben. Daarom verbeeldt hij zich een veel vanzelfsprekender Europa als een vrije, open ruimte: ‘Steden zijn plaatsen waar we worden wie we zijn.’

Het enige wat al die Europeanen echt delen, zo laat Peeters blijken, is een gemeenschappelijke geschiedenis van tragiek, in de eerste plaats de Holocaust. Die les leert Robin wanneer hij in de problemen is gekomen met zijn rapport en zijn opdrachtgever Theo Marchand hem aanraadt de Tweede Wereldoorlog te bestuderen. Marchand, van oorsprong een Litouwse Jood, representeert dat ‘oude’ Europa en probeerde al evenzeer greep op de werkelijkheid te krijgen als verzamelaar, lijstjesmaker en bedenker van systemen.

Grote Europese Roman is een door en door ironisch boek; de ironie begint al dik aangezet bij de titel. Ze is evenwel allerminst gratuit en al evenmin een manier om afstand te nemen. De consequent volgehouden stijl toont integendeel net de betrokkenheid waarvan Peeters als schrijver blijk gaf bij de constructie van zijn taalkunstwerk en bij wat hij daarin aan de orde wil stellen, zoals zijn ambivalentie ten aanzien van Europa. Bovendien maakt de ironie de ondraaglijke lichtheid van het bestaan weer draaglijk. Ze opent een register dat ook de geringste of meest sentimentele menselijke ambities onder woorden kan brengen, waardigheid verlenen en ernstig nemen. Maar ze dient vooral Peeters vertelstrategie, doordat ze een stilistische eenheid creëert tussen de narratieve en de beschouwelijke elementen van de tekst. Dat verleent Grote Europese Roman de overtuigingskracht waarin Peeters iets wezenlijks kan vertellen over de wereld waarin we leven.

omslag peeters