Juryrapport nominaties Libris Literatuur Prijs 2009

In een klassieke roman valt geen mus van het dak, zonder dat dit gevolgen heeft. Dat schreef Willem Frederik Hermans halverwege de jaren zestig. Het is de kern van een opvatting over de roman die lange tijd dominant was: een geslaagde roman was een in zichzelf besloten eenheid van nauw samenhangende elementen, een autonoom kunstwerk.

Wie zo'n klassieke roman las, kon de illusie hebben op te gaan in een fictionele wereld die aan zichzelf genoeg had. Omdat elk detail verwees naar andere elementen binnen de roman, kon de wereld buiten de romanfictie tijdelijk vergeten worden. Dat was één van de charmes van de klassieke roman: hij deed je even vergeten waar je was en waartoe.

De romanproductie van 2008 overziend, concludeert de jury van de Libris Literatuur Prijs dat het ideaal van de klassieke roman nog steeds aan slijtage onderhevig is. Er is altijd vrolijk van het ideaalbeeld afgeweken, maar nu lijken tal van auteurs zich van de dogma's van de klassieke roman helemaal niets meer aan te trekken. Een sluitende roman is een zeldzaamheid geworden: overal zijn losse eindjes, de nauwe samenhang waar Hermans voor pleitte is soms ver te zoeken.

We stellen ook vast dat de zogenaamde postmoderne roman uit het zicht is verdwenen. Het is mogelijk dat er een verband is tussen die twee vaststellingen. De complete, sluitende werkelijkheid van de "klassieke", modernistische roman werd ondergraven en ontmaskerd door de postmoderne roman. Inmiddels lijken we aanbeland bij de synthese: hedendaagse schrijvers voelen niet langer de behoefte te ontmaskeren, maar hebben evenmin de neiging terug te keren naar een sluitende roman. Er is een lossere variant ontstaan op de klassieke roman.

Vreemd is dat niet. De realiteit is immers ook niet erg sluitend en is dat trouwens ook nooit geweest. Er vallen voortdurend onverklaarbare mussen van het dak. Het lijkt erop dat romanschrijvers op het moment meer in de duiding van de onsamenhangende werkelijkheid geïnteresseerd zijn, dan in een literaire eenheidsconstructie als tegenwicht tegenover de chaos. Romanschrijvers hebben zich de straat op laten jagen. En ze floreren daar.

De tendens is al een paar jaar duidelijk: het literaire engagement is terug van weggeweest. Ook in 2008 lazen we romans van auteurs die bibliotheek of studeerkamer verlieten om te kijken wat zich aan romanstof van de straat liet plukken. Na jaren van getouwtrek over de vraag of schrijvers zich nu wel of niet moeten bezighouden met maatschappelijke kwesties, lijkt het pleit beslecht: de multiculturele samenleving, de politieke situatie na Fortuyn, de gevolgen van de oorlog in voormalig Joegoslavië, het Israëlisch-Palestijnse conflict, mensensmokkel, de War on Terror – al deze kwesties zijn in de romanproductie van 2008 aanwezig, soms alleen op de achtergrond, maar soms ook expliciet als thema van afzonderlijke romans.

Ook verteltechnisch aarzelen schrijvers niet om de realiteit in hun literaire wereld binnen te laten. Dat leidt tot steeds meer essayistische romans of omgekeerd, tot verhalende non-fictie.

Soms lopen schrijvers wat al te opportunistisch de realiteit achterna; dan is genrevermenging een manier om de beperkingen van een schrijver te verdoezelen. Maar over het algemeen staat deze tendens borg voor boeiende literatuur. Literaire experimenten zijn niet langer het tijdverdrijf van een kleine groep liefhebbers. Inhoudelijke en stilistische mengvormen hebben langzaam maar zeker ingang gevonden bij een breed publiek.

Dat we een tendens bespeuren in een bepaalde richting, betekent intussen allerminst dat boeken die meer naar zichzelf verwijzen dan naar de buitenwereld, niet meer zouden meetellen. De shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2009 omvat zowel romans die je klassiek-gesloten kunt noemen als geëngageerd-experimentele romans of iets er tussenin. Maar dat is in een tijdperk waarin de mussen zich allang niet meer laten dresseren, natuurlijk geen probleem.

Voor de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2009 koos de jury de volgende boeken:

Anna Enquist – Contrapunt
Rob van Essen – Visser
Arnon Grunberg – Onze oom
Charlotte Mutsaers – Koetsier Herfst
Dimitri Verhulst – Godverdomse dagen op een godverdomse bol
Robert Vuijsje – Alleen maar nette mensen

Amsterdam, 23 maart 2009

De jury

Ivo Opstelten, voorzitter
Mark Cloostermans
Carel de Haseth
Janet Luis
Thomas Vaessens

koetsier herfstnette mensen