Marie Kessels - Ruw

'Wie is er hier eigenlijk blind?' Deze vraag zullen ongetwijfeld velen zich na lezing van Marie Kessels roman Ruw stellen. Want in Ruw wordt het verhaal van de door een ongeluk blind geworden Gemma op zo'n aanstekelijke en zintuiglijke wijze verteld, dat de lezer eerder zichzelf als een wat gebrekkig, want primair op het zicht ingesteld wezen gaat ervaren.

In plaats van bij de pakken neer te zitten, gaat Gemma het gevecht met de duistere wereld om haar heen aan met blindenstok, brailleschrift én al haar overige zintuigen. Vastbesloten om te overleven, en 'overleven wil zeggen: bliksemsnel veranderen én uit alle macht degene blijven die je altijd bent geweest', trekt ze er op uit en ontdekt dan een wereld die rijker, voller en veelvormiger is dan ze ooit had kunnen vermoeden. Dankzij de ontwikkeling van haar geur, gehoor, smaak en tastzin ontvouwt zich beetje bij beetje een eigen 'edel en prachtig' universum 'met zijn eigen onbegrensde mogelijkheden.' Hoe het einde van de zomer ruikt bijvoorbeeld, 'als een verloederde diva, een karikatuur van volwassenheid', of hoe glas aanvoelt, 'tintelend koel of verwarmd door de zon', en hoe glas haar de sensatie van kleur kan geven.

Gemma's nachtelijke wandelingen door de stad zijn gevaarlijke én zinnenprikkelende ontdekkingstochten door een labyrint van stegen, wegen en pleintjes. Ze leert opnieuw de stad te 'ontcijferen' door met haar oren en neus te kijken, dat wil zeggen, te horen of de straten vol of leeg zijn, te ruiken of de pleintjes begroeid zijn of kaal. Hoe moeilijk en angstaanjagend die eerste wandelingen ook zijn - één minuut buiten wandelen betekent voor haar 'één minuut op de rand van een mes lopen' - ze laat zich door haar angsten niet klein krijgen. Ze leert op de wind te vertrouwen die haar vertelt wanneer er een zijstraat of hoek aan komt, maar leert ook de regen te wantrouwen, die het geluid van naderende voertuigen kan overstemmen en van één verkeerde stap op de weg haar laatste kan maken. Ze laat de regenpijpen met haar glasvezelstok rinkelen en snuift diep de geuren van voorbijgangers, bladeren en etensgeuren op. Haar wijk wordt aldus een orkestbak, waar musici hun instrumenten stemmen, een proeflokaal voor fijnsnuivers én een tastkussen waar ze stapje voor stapje haar weg leert kennen. De lezer leert en ruikt en tast met haar mee, verwonderd over de rijkdom van de details en vooral ook overdonderd door Kessels stijl die schittert in precisie.

Niet alleen de wereld om haar heen vult zich met geuren, geluiden en klanken, ook de boeken die zij in braille leert lezen, geven vanwege de noodgedwongen langzame en aftastende manier van lezen meer van hun diepgang en reikwijdte prijs dan een vluchtige lectuur met de ogen kan doen. Met de vingertoppen lezen verandert haar perceptie van de taal, verruimt haar denkkaders en verrijkt haar leeservaring, omdat je 'met ontelbaar veel draden' met het boek 'verbonden raakt'. En zo vergaat het ook de lezer. Ruw is niet alleen een prachtig geschreven roman over blindheid en eenzaamheid, het is tevens een lofrede op de zintuigen én een overtuigend pleidooi om langzamer te leven én te lezen.

Amsterdam, 22 maart 2010

De jury

Hans Wijers, voorzitter
Joris Gerits
Joke Hermsen
Susan Smit
Aleid Truijens