Tom Lanoye - Sprakeloos

Voordat Tom Lanoye, althans het romanpersonage dat dezelfde naam draagt als zijn schepper, begint te bouwen aan het monument voor zijn moeder, beschrijft hij zijn weerzin en twijfel om zich aan een dergelijke taak te wijden. Hij traineert en chicaneert, maakt omtrekkende bewegingen en vervloekt zijn eigen lafheid.

Begin, maant hij zichzelf, begin toch. Het is juist deze aarzeling die ons duidelijk maakt dat deze schrijver niet heeft gewacht met verwerken vooraleer te beschrijven, maar ervoor heeft gekozen een pijn te verwoorden die nog onverteerd is 'in een tijdperk en periode die het vermogen te rouwen hebben verloren'.

Wanneer Lanoye dan eindelijk aanvangt het leven, de ziekte, de aftakeling en de dood te beschrijven van zijn moeder - een slagvaardige slagersvrouw, flamboyante amateur-actrice en vijfvoudig moederdier -blijkt het standbeeld dat langzaam gestalte krijgt voortdurend te wankelen en onverhoeds van de sokkel te kunnen vallen. De moeder deelde geregeld harde klappen uit aan haar dierbaren. Hartverscheurend is de scène waarin de schrijver zijn homoseksuele geaardheid aan zijn moeder bekent en er kwetsende woorden klinken. Uiteindelijk zwijgt de moeder helemaal. Zo overvloedig als de spraakwaterval is die Lanoye over ons uitstort, zo sprakeloos is zijn moeder als zij na haar beroerte is getroffen door een vorm van afasie. De woorden besterven in haar mond, wat haar razend maakt en op den duur van elke realiteit onthecht.

Lanoye slaat zowel liefdevol als scherpzinnig haar neergang gade - tot het bittere einde waarbij alle gezinsleden haar toestaan te sterven. 'Misschien kan liefde maar één ding echt,' schrijft Lanoye. 'Uit liefde doden.'

Door voortdurend zijn eigen verrichtingen als schrijver te becommentariëren, de lezer toe te spreken en zichzelf te verbieden te liegen, te verbloemen of zich te generen, laat Lanoye zijn verhaal ongepolijst achter bij de lezer, alsof het de ruwe versie betreft van een nog te voltooien werk. Dit geeft het boek een prettige spanning, waarbij de beschreven werkelijkheid en het schrijfproces door elkaar heen lopen als bij 'een roman die geen roman mag worden'.

De schets van het huwelijk van zijn ouders - het echtpaar in hun symbiotische verstrengeling met hun periodieke kibbelarijen, dierbare routines en wederzijdse verknochtheid - is met vaste hand gemaakt. Lanoye lijkt dan misschien onbeheerst en onbesuisd in zijn aanpak, maar hij houdt de precaire balans tussen lichtvoetigheid en bijtend realisme. Hij vertelt tragikomische anekdotes waarin moeders met haar hang naar frivoliteiten en verlangen naar aandacht ('barok tot in haar toastjes') tot leven komt, en hij beschrijft genadeloos het ziekteproces. In een barokke woordenvloed, soms in vet Vlaams of rauw dialect, zet hij een mens neer die met al haar tekortkomingen, kwade luimen en onhebbelijkheden volkomen levensecht is en onder de huid van de lezer kruipt.

Met Sprakeloos heeft Tom Lanoye een indringend boek geschreven dat leest als een klaagzang, een eerbetoon en een krakende vloek ineen.

Amsterdam, 22 maart 2010

De jury

Hans Wijers, voorzitter
Joris Gerits
Joke Hermsen
Susan Smit
Aleid Truijens