Esther Gerritsen - Superduif

In Superduif heeft Esther Gerritsen de lezer direct te pakken. De elfjarige Bonnie wordt wakker en kan het niet. Ze zegt het ook tegen haar moeder: ‘Ik kan het niet'. ‘Want als je moeder ‘s ochtends voorzichtig je slaapkamerdeur opent en goedemorgen zegt, dan zeg je niet "Mama ik wil liever dood dan opstaan"', aldus Bonnie.

Het is de opmaat tot een opgroeidrama dat in strekking misschien niet zo heel veel afwijkt van andere opgroeidrama's waarin pubers zich slecht verstaan met de buitenwereld, maar dat in toon, karaktertekening en fantasie een eigenzinnige, radicale weg bewandelt.

Gerritsen kruipt in de huid van Bonnie, enig kind van late ouders, een depressieve tiener die al maanden iedere ochtend gillend en schreeuwend van weerzin wakker wordt. Bonnie drukt het doodsverlangen iedere dag ook weer de kop in om haar alles weg sussende, al te redelijke ouders niet voor het hoofd te stoten. Verlossing gloort als ze op een middag onderweg naar school opeens losjes over het tuinhekje zweeft, het eerste teken van de onderscheidende superheldenrol die Bonnie aan zichzelf heeft toebedacht. Bonnie wordt duif en niet zomaar duif, maar een die uitvliegt om honden, kinderen en bejaarden te redden van blikseminslagen en ander onheil: een superduif.

Dat klinkt als Kafka extra large, maar steeds beklemmender dringt de kloof zich op tussen Bonnies eigen ervaringen, die volstrekt geloofwaardig worden neergezet, en de reacties van haar omgeving, met name van haar onthande ouders die angstvallig de gekte ontkennen. De schrijfster excelleert in sinistere, surrealistische scènes die krachtig uitdrukking geven aan meer weerbarstige menselijke gevoelens.  Als Bonnie in het kleedhokje bij het zwembad tegen de muur gedrukt wordt door de levensgrote vleugels die haar armen geworden zijn, en ze alleen nog maar via de bovenkant weg kan fladderen, is dat een ontroerend naakte verbeelding van de angst en schroom die veel pubers voelen. De tegen de muur op klauwende, smerige, vette duif biedt redding en vernedering ineen; het is een geestige en rake typering van de almachtsfantasie van een in het nauw gedreven tiener.
Het is die wisselwerking tussen gek en gewoon die de kracht vormt van Superduif, een beklemmende roman waarin de schrijfster in onbevangen, heldere zinnen duistere onderstromen naar boven haalt.

Lees het volledige juryrapport