Esther Gerritsen – Roxy

Volgens de handboeken kent rouw verschillende stadia. Het hals over kop beginnen aan een road trip naar het zuiden, in gezelschap van je kind, de oppas en de persoonlijk assistent van je overleden man zal je tussen die stadia niet aantreffen. Toch is dat precies wat Roxy, de heldin uit Esther Gerritsens gelijknamige roman, doet nadat ze haar man heeft begraven. Die man is verongelukt, en hij was niet alleen; zijn stagiaire zat bij hem in de auto, en beiden waren naakt. De roman begint met de scène waarin twee agenten Roxy het slechte nieuws vertellen. Meteen valt de lezer Roxy’s vreemde gedrag op.

De personages van Esther Gerritsen lijken nooit precies te weten wat van hen wordt verwacht; iemand heeft de gebruiksaanwijzing verdonkeremaand en nu moeten ze zich maar zien te redden. Roxy is zo’n rondtastend personage bij uitstek. Ze tast rond op een wijze die de mensen in haar omgeving die wél over een gebruiksaanwijzing beschikken, zowel begeestert als afschrikt.

Datzelfde effect heeft Roxy op de lezers. De impulsieve manier waarop ze haar gang gaat, werkt zowel beklemmend als bevrijdend. Door middel van een krachtige, laconieke stijl en veel ogenschijnlijk normale, maar vervreemdende dialogen neemt Gerritsen ons mee op haar trip. Wanneer we tegen het einde van de roman denken dat we Roxy kennen, schrikken we toch nog, wanneer Roxy de hand slaat aan ‘weerloos vee’, om het aan Sofocles ontleende motto van het boek te citeren.

Dat is de kracht van Roxy: Esther Gerritsen heeft ons verleid met haar Roxy mee te gaan, helemaal tot aan Zuid-Frankrijk, en daar krijgen we de rekening van onze loyaliteit gepresenteerd. Opeens voelen we ons ontheemd, misschien wel net zo ontheemd als Roxy zich haar hele leven gevoeld moet hebben. Roxy is een uiterst knappe roman die de lezer in de goede betekenis van het woord met gemengde gevoelens achterlaat.

omslag Gerritsen