Peter Terrin – Monte Carlo

Dat Peter Terrin ooit een Formule 1-roman op papier zou zetten stond in de sterren geschreven. De koninginneklasse van de autosport speelt immers in een wereld waar roem, gevaar en dramatiek heel sterk met elkaar verweven zijn; een wereld die Terrin, zo weten we uit zijn vorige boeken, na aan het hart ligt.

Monte Carlo speelt in de zomer van 1968, en wel in de hoofdstad van Monaco waar het jaarlijkse Formule 1-circus is neergestreken voor een zonovergoten weekend glamour en champagne. Maar niet zo voor Jack Preston, een mechanicus werkzaam voor het Lotus-team, voor wie dat weekend een kantelpunt in zijn leven zal worden. Wanneer filmster Deedee de pits bezoekt en daarbij ook de Lotus-box aandoet, gebeurt er immers een vreselijk ongeluk. Jack weet Deedee nog net te redden uit een vlammenzee, maar zelf loopt hij daar wel een paar vreselijke brandwonden bij op. Zijn carrière in de Formule 1 mag hij nadien vergeten, maar hij zal er wel de roem aan overhouden dat hij de man was die Deedee heeft gered, denkt hij. Alleen worden zijn verwachtingen geen realiteit. In interviews verwijst de actrice nooit naar zijn heldendaad, meer zelfs, ze lijkt er zich helemaal niet van bewust dat die kleine garnaal van een Jack haar leven heeft gered.

Monte Carlo is een scherpzinnige studie geworden in wat beroemdheid en teleurstelling met een mens doen, en dit geformuleerd in een strakke, melodieuze stijl waarbij over ieder woord nagedacht lijkt te zijn. Terrin plaatst zijn verhaal ook middenin de jaren zestig. Grace Kelly loopt voorbij de camera, het journaal brengt het nieuws over de glorieuze missie van Apollo 11 en wie herinnert zich niet De Wrekers, de tv-reeks waar toen heel Nederland en Vlaanderen voor thuisbleef? Monte Carlo is daardoor meer dan een roman over twee mensen, maar ook een over de wereld in verandering die hen - vol hoop en tragiek - verbond.

omslag Terrin