Juryrapport winnaar Libris Literatuur Prijs 2017

Alfred Birney, De tolk van Java – uitgeverij De Geus

In zijn roman De tolk van Java rekent Alfred Birney af met mythen over ons koloniale verleden en de directe gevolgen daarvan voor de betrokkenen en hun nazaten. Enerzijds doet hij dat aan de hand van de herinneringen van een getraumatiseerde KNIL-militair in de Bersiap, de gewelddadige periode in Nederlands-Indië die begon na de capitulatie van de Japanners in 1945 en eindigde met de politionele acties van 1947 en 1949. Deze bloedige, wrede tijd wekt de schrijver op een originele en bovenal volstrekt geloofwaardige manier tot leven. Via de memoires van de vader van de vertellende hoofdfiguur zet hij een indringend beeld neer van deze bloedige periode.

Morele kwesties zoals verraad en loyaliteit, die in dit deel van de roman een belangrijke rol spelen, worden versterkt door de gejaagde, meeslepende documentaire stijl waarbij de gebeurtenissen zich als een dwingende film voor de lezer afspelen. Die stijl is zo trefzeker dat de lezer het er vaak benauwd van krijgt en zich bijna medeplichtig voelt aan de beschreven wreedheden en de rationalisaties die daarbij een rol spelen. Ook zet hij het loyaliteitsconflict waarin de vader na de Japanse bezetting is beland, haarscherp neer. Moet hij mee strijden met de Indonesische bevrijdingsbeweging, veel van zijn vrienden en familieleden doen dat, of moet hij de kant kiezen van het Nederlandse koloniale bewind? Uiteindelijk kiest hij voor het laatste. De problemen die dit oplevert werken na de terugkeer in Nederland op een tragische manier nog verder door.

In een tweede verhaallijn vertelt Birney het relaas van de gekwelde zoon van deze KNIL-militair in het benauwende Nederland van de jaren vijftig, waarin over de dekolonisatie van Nederlands-Indië werd gezwegen. Hij wordt ernstig door zijn vader mishandeld. Huiselijk geweld, kindermishandeling, jeugdtehuizen, verscheurdheid tussen twee culturen, en de verhouding tussen een angstige zoon en een psychisch gestoorde vader voeren hier de boventoon. De schrijver laat in vaak schokkende scènes zien hoe de vader zijn traumatische ervaringen afreageert op zowel zijn vrouw als zijn kinderen. Erover spreken kan en mag niet. Ook hierbij speelt een loyaliteitsconflict een grote rol. De zoon neemt weliswaar krachtig afstand van zijn vader, hij kan hem zeker niet vergeven voor de mishandelingen die hij onderging, maar tegelijkertijd laat hij zien wat het voor intermenselijke en maatschappelijke verhoudingen betekent wanneer er een taboesfeer hangt rondom de problemen. De zoon staat dubbelzinnig ten opzichte van zijn vader, zoals die een dubbelzinnige positie innam ten opzichte van het Nederlandse bewind.

Naast het vele geweld biedt Birney in dit al even beklemmende deel van de roman ook vermaak aan de hand van droge, humoristische dialogen. Vooral in de beschrijvingen van de Nederlandse samenleving die geen begrip opbrengt voor de na de oorlog teruggekeerde ‘Indische Nederlanders’ weet Birney satire en aanklacht met elkaar te verbinden. In treffende scènes bij Nederlandse families thuis komt een bedompt beeld naar voren van onbegrip, emotionele kilte en impliciet en regelmatig ook expliciet racisme. Juist omdat hij in deze scènes een lichte toon hanteert, komen ze tot leven. Hij laat in de beschrijvingen zien hoe het was, zonder dat hij daar al te zware morele oordelen aan verbindt. Die laat hij aan de lezer van zijn boek over. In sommige passages brengt hij zelfs enig sardonisch begrip op voor de onverschilligheid van veel Nederlanders die zich weinig gelegen lieten liggen aan ‘die Indo’s’. Net als in het relaas van de vader is ook nu de stijl allesbepalend. In dit deel laat Birney de documentaire stijl los en hanteert hij de stijl van de psychologische roman. We krijgen portretten voorgeschoteld van meerdere familieleden van de verteller, hij laat ze zien met al hun groteske opvattingen en kleinburgerlijke hang ups twee keer. Ook bij de belevenissen in jeugdtehuizen weet Birney via zijn lichte toon al te zwaar aangezette morele oordelen te relativeren. Dit biedt zijn verteller de kans om de kwellingen en de vernederingen door zijn vader en in de jeugdtehuizen te verwerken. Juist aan die lichtheid van toon ontleent hij de kracht om verder te gaan met zijn leven.

De Libris Literatuur Prijs 2017 gaat naar een beklemmende, aangrijpende en literair voortreffelijke roman, die niet alleen een besmette periode uit onze geschiedenis in een nieuw daglicht stelt, maar die ook de blijvende gevolgen van een burgeroorlog voor gewone mensen op een indringende wijze belicht.

Amsterdam, 8 mei 2017

De jury

Janine van den Ende, voorzitter
Kees ’t Hart
Michel Krielaars
Anna Luyten
Marrigje Paijmans